Raad voor Accreditatie tevreden over uitspraak Europese Hof van Justitie

28-05-2021

Alleen Europese nationale accreditatie-instanties mogen binnen een EU-lidstaat accreditatie verlenen. Deze uitspraak is de uitkomst van een gerechtelijke procedure rond de accreditatie van een groep Italiaanse laboratoria door een in de Verenigde Staten gevestigde accreditatie-instantie.

De nationale accreditatie-instantie van Italië – Accredia – heeft de zaak aanhangig gemaakt bij het Europese Hof van Justitie (C‑142/20) omdat Accredia vindt dat accreditatie in Italië moet worden uitgevoerd door de nationale accreditatie-instantie. De uitspraak geldt voor de hele EU en de Europese Economische Ruimte (Noorwegen, IJsland en Liechtenstein).

Ook in Nederland zijn Amerikaanse accreditatie-instanties actief. “Veel partijen zijn daar ongelukkig mee. Wij ook. Vooral vanwege de mindere kwaliteit van hun werk. Ze vliegen hoog en snel over met hun beoordelingen. Binnen de EU en de EA stellen we hogere eisen aan kwaliteit. Deze uitspraak geeft ons de grondslag om actie te ondernemen”, aldus Roeland Nieuweboer, voorzitter Raad van Bestuur van de RvA. “De paar instellingen in Nederland die zich hebben laten accrediteren door een accreditatie-instantie buiten de Europese Unie, zullen we binnenkort informeren over deze uitspraak.”

Wat betekent de uitspraak van het Europese Hof voor de verlening van accreditatie in Nederland?
Als eerste bevestigt het Europese Hof van Justitie het belang en de toepassing van EG-Verordening 765/2008 in alle lidstaten. Dat betekent dat de RvA overeenkomstig deze verordening haar taken als nationale accreditatie-instantie van Nederland uitoefent. Uitzondering hierop is een accreditatie-aanvraag voor een activiteit die niet tot het werkveld van de RvA behoort.

Daarnaast verduidelijkt het Hof dat de toepassing van de Verordening 765/2008 niet wordt beïnvloed door private overeenkomsten van gelijkwaardigheid die nationale accreditatie-instanties binnen de EU gesloten hebben met buiten-EU gevestigde accreditatie-instanties.

Het Hof meent dat met een dergelijke overeenkomst niet wordt voorzien in het voldoen aan de Verordening 765/2008 door enig in een buiten de EU gevestigde accreditatie-instantie.

Beginsel van mededinging wordt niet geschonden
Een andere vraag die het Europese Hof van Justitie beantwoord heeft, is of er met het weren van buitenlandse accreditatie-instanties sprake is van schending van de Europese beginselen van mededinging en het vrij verrichten van diensten.

Het Europese Hof van Justitie heeft verduidelijkt dat de nationale accreditatie-instantie een publieke activiteit uitoefent, buiten een commerciële context. En dat zij zonder winstoogmerk opereert en dat accreditatie-activiteiten het beginsel van niet-mededinging moeten eerbiedigen. Onder verwijzing naar de Verordening 765/2008 meent het Hof dat volgens het Unierecht de nationale accreditatie-instantie daarom niet als een "onderneming" kan worden beschouwd en valt het zodoende ook niet binnen het toepassingsgebied van de Europese beginselen van mededinging en het vrij verrichten van diensten. Ook de bepalingen over het verbod op misbruik van een machtspositie acht het Hof niet van toepassing op de nationale accreditatie-instanties.
 

Blijf op de hoogte!
Meld u aan voor onze maandelijkse nieuwsbrief, met daarin onder andere: nieuwe accreditaties, internationale ontwikkelingen en interessante vacatures. Of volg ons via LinkedIn.