RvA commentaar op rapport VWA “Onderzoek functioneren aangewezen keuringsinstanties voor attracties


RvA commentaar op het rapport VWA “Onderzoek functioneren aangewezen keuringsinstanties voor attracties” van april 2009.

Inleiding
Op 23-10-2009 heeft de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA) op haar website het bovengenoemde rapport gepubliceerd. De RvA juicht toe dat de VWA dit soort onderzoeken doet. VWA heeft als enige de middelen om een dergelijk onderzoek op basis van een geprepareerde, bewust van gebreken voorziene, attractie te doen. De VWA, de keuringsinstanties en andere instanties zoals de RvA kunnen met de uitkomst daarvan hun werk, en ook de samenhang in hun werk verbeteren. Dat komt de efficiency en de effectiviteit van hun werk ten goede. Werk dat als doel heeft de veiligheid van de gebruikers en exploitanten van kermisattracties te helpen waarborgen.

Wij vinden het juist daarom jammer dat de VWA wél aanleiding heeft gezien om accreditatie en de RvA te noemen in haar rapport, maar geen aanleiding heeft gezien om de RvA te laten reageren op wat er over accreditatie respectievelijk over de RvA geschreven wordt. Evenmin heeft de VWA aanleiding gezien om, na publicatie, op ons uitdrukkelijk verzoek de feitelijke onjuistheden en suggestieve passages in het rapport te rectificeren. Dit wilden wij om de conclusies van het rapport te nuanceren.

Daarom geven wij hier ons commentaar:
De pagina’s verwijzen naar genoemd VWA-rapport.

Op pagina 6 wordt gesteld dat van de 4 deelnemende AKI’s er 3 geaccrediteerd zijn conform de Europese Verordening.

Reactie van RvA:
- Niet duidelijk is welke Europese Verordening wordt bedoeld, er zijn er vele.
- Er wordt niet verteld om welke 4 instellingen het gaat,
- Er is slechts 1 instelling door de RvA geaccrediteerd voor het werkgebied typekeuring van attractie en speeltoestellen conform het warenwetbesluit attractie en speeltoestellen (WAS), alsmede voor de inspectie van de ontwerp beoordeling, nieuwbouwinspectie en periodieke inspectie van dergelijke toestellen conform BVAS.
De stelling op pagina 6 in het rapport is derhalve tenminste misleidend.

Op pagina 8, resultaten, wordt in het voortraject niet aangegeven welke soort accreditatie nu bedoeld wordt. De suggestie blijft dat het, gezien het onderwerp, ook hier over attractie- en speeltoestellen gaat. Zie ons voorgaande commentaar.

Met betrekking tot de resultaten:
- wat is het verschil tussen “diverse”, “een aantal”, “enkele”?
- wat is het toetscriterium voor “voldoende”, “onvoldoende” van de VWA?
- wat is de relatie van deze onvoldoende punten met veiligheid?

Pagina 10,11 – Conclusie
Er wordt in de 2e alinea gerefereerd aan de “door het toezicht” ingeschatte kwaliteitsverhoudingen zonder die te expliciteren.

Onderaan pagina 10 wordt specifiek ingegaan op accreditatie. De suggestie wordt gewekt dat:
a. een accreditatie over een kwaliteitssysteem gaat
b. een accreditatie alleen over een papieren kwaliteitssysteem gaat
    Geen van beide is het geval. Accreditatie ziet toe op:
    - de onafhankelijkheid van de instelling t.o.v. het te keuren object en de eigenaar / gebruiker daarvan
    - de competentie van de instelling op het geaccrediteerde werkgebied
    - een levend en functionerend managementsysteem om de voorgaande 2 zaken te borgen.

    Accreditatieonderzoeken bestaan uit zowel een kantoorbeoordeling, waarbij papieren systemen beoordeeld worden en het management en medewerkers geïnterviewd worden, als uit 1 of meer beoordelingen van een inspectie of audit in de praktijk waarbij zowel de feitelijke geschiktheid van de inspecteur als de werking van het (kwaliteits-) managementsysteem in de praktische situatie wordt beoordeeld.
    Met andere woorden de VWA doet hier op pagina 11 een misleidende uitspraak.

    Nawoord
    Wij vinden het uitermate spijtig dat door de wijze van rapporteren dit op zich uitstekende onderzoeksidee niet tot meer samenhang leidt in het werk van de keuringsinstelling, de VWA en de RvA. Op ons verzoek hebben wij op 21 december 2009 een onderhoud met de plv. IG van VWA gehad om bovenstaand commentaar te bespreken en hebben daarbij tevens op aanpassing van de tekst aangedrongen. Dat laatste is echter geweigerd

    Wel zal op ons verzoek een nader gesprek komen tussen de VWA en de RvA over de inhoud van accreditatie, het synchroniseren van geaccrediteerde werkvelden met de wet- en regelgeving waar VWA op toeziet, alsmede inhoudelijke leerpunten uit het onderzoek die met de RvA kunnen worden gedeeld. De VWA heeft toegezegd dit gesprek te zullen initiëren in het 1e kwartaal van 2010.

    klik hier voor het rapport